St Barbara - De Legende - Vereniging OnderOfficieren Artillerie

Zoeken
Artilia nr 110 is verstuurd. Heeft u kopij voor nummer 111??
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

St Barbara - De Legende

De Artillerie > Sinte Barbara

Het is met het patronaatshap van Sinte Barbara over de Artillerie als met zo veel alledaagse woorden en begrippen, in de oorsprong waarvan we ons gewoonlijk niet verdiepen: bij nader onderzoek blijkt er voor de herkomst een groot aantal verklaringen te bestaan. Dit is bijvoorbeeld het geval met het ons zo vertrouwde woord “artillerie”, waarvoor allerlei etymologieën worden gegeven.

Voor het patronaatschap van Sinte Barbara over de artillerie is eveneens een groot aantal zeer uiteenlopende verklaringen te vinden. Het enige verschil met de etymologieën van het woord “artillerie” is, dat niet met zekerheid valt uit te maken welke verklaring voor het patronaatschap nu wel de juiste is, terwijl de etymologie van “artillerie” wel zeker is – men zie een willekeurig Frans etymologisch woordenboek.

De legende Aurea

Het is niet zeker wie de legende van Sinte Barbara voor het eerst heeft te boek gesteld. In het Martyrologium Hieronymianum, een lijst van feestdagen van diverse martelaren, die uit de vijfde eeuw dateert, komt de naam niet voor. Waarschijnlijk omstreeks het jaar 1000 werd haar legende verhaald door de Byzantijnse hagiograaf Symeaon Metafrastes en deze geschiedenis wordt vervolgens in allerlei varianten aangetroffen in diverse handschriften uit de elfde eeuw en later; de meest geciteerde versie in die welke werd te boek gesteld door (althans wordt toegeschreven aan) de dominicaan Jacopo da Varagine, bij ons beter bekend onder zijn Franse naam Jacobus de Voragine, zo geheten naar zijn geboorteplaats Varazze bij Genua, van welke laatste plaats bij aartsbisschop werd. Zijn uigebreide verzameling heiligenlevens, die in 1267 verscheen, gaf hij de titel (Verhalen van de Heiligen), maar later werd deze Legenda Aurea (Gulden Verhalen) genoemd. De legende van Sinte Barbara komt daarin, wat de hoofdtrekken betreft, in de volgende vorm voor.

In de tijd van keizer Maximianus leefde er in Nikomedeia, de hoofdstad van Bithynië de rijke heiden Dioscorus, wiens enige dochter Barbara zo mooi was dat haar vader haar in een toren opsloot, opdat ze door geen man gezien zou worden. Het meisje dacht in haar eenzaamheid veel na over godsdienstige zaken en zij hoorde vertellen over de geleerde Origenes, die te Alexandrië aan Mammea, de moeder van de keizer Alexander Severus het christelijke geloof onderwees en haar doopte.
Haar vader vroeg haar eens of zij niet een van de invloedrijke burgers van de stad wilde huwen, maar zij antwoordde boos: “Dwing me daar niet toe, vader!” Dioscorus gaf toen opdracht voor zijn dochter een badhuis te bouwen en ondernam een reis naar het buitenland.
Toen de arbeiders het badhuis aan het bouwen waren, gaf Barbara opdracht aan de zuidzijde drie in plaats van twee vensters aan te brengen, wat de arbeiders na de nodige tegenwerpingen deden. Bij zijn terugkeer zag Dioscorus de drie vensters en toen zijn dochter verklaarde dat zij hiervoor opdracht had gegeven, omdat evenzo de Drie-eenheid de wereld verlicht, trok hij woedend zijn zwaard om zijn dochter te doden, maar op Barbara’s gebed opende zich de muur van het badhuis, waarin zij werd opgenomen; vervolgens werd zij op miraculeuze wijze boven op een berg verplaatst.


Twee herders hoedden in de omgeving hun schapen en één van hen wees Dioscorus waar zijn dochter zich bevond. Barbara vervloekte de verrader en hij veranderde in een marmeren beeld en zijn schapen in sprinkhanen. Toen haar vader haar had gevonden werd zij door hem geslagen, aan haar haar meegesleurd en geboeid met kettingen opgesloten.
Later werd Barbara door haar vader voor de profeet Marcianus gebracht. Deze, door haar schoonheid bekoord, wilde haar overhalen aan de heidense goden te offeren, maar Barbara weigerde dat te doen. Daarop liet Marcianus haar ontkleden en geselen, zodat haar hele lichaam met bloed bedekt was. Vervolgens werd zij in een gevangenis geworpen. Daar verscheen haar Christus, spraak haar moed in en genas haar wonden.
De volgende morgen werd Barbara weer voor de prefect gebracht en toen ze volhardde in haar weigering en verklaarde dat Christus haar wonden had genezen, werd zij op bevel van de prefect gemarteld, maar ze bleef standvastig in haar geloof. Daarna liet Marcianus haar naakt door de straten voeren terwijl ze onophoudelijk werd gegeseld. Op Barbara’s gebed daalde er een engel uit de hemel en bekleedde haar met een wit gewaad.
Barbara werd daarop naar de heuvel gebracht en deed daar een laatste gebed. Vervolgens onthoofdde haar vader haar met eigen hand. Toen Dioscorus van de heuvel afdaalde, kwam er een bliksemflits van de hemel die de ontaarde vader doodde en hem geheel tot as verteerde.

Zo stierf de maagd Barbara op 5 december en gelijktijdig met haar de maagd Juliana, onder keizer Maximianus en de prefect Marcianus.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu