Het Artillerielied - Vereniging OnderOfficieren Artillerie

Zoeken
Artilia nr 110 is verstuurd. Heeft u kopij voor nummer 111??
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Het Artillerielied

De Artillerie > Liederen
 

De tekst van het Lied van de Veldartillerie werd in 1846 in het Frans gedicht door tweede luitenant (later generaal-majoor) W. de Villeneuve. De melodie werd eveneens in 1846 gecomponeerd door tweede luitenant (later kolonel) jonkheer J.C. van Gheel Roƫll.
De Franse tekst werd in 1881door een onbekende dichter in het Nederlands vertaald.
In 1955 riep de Wapentraditieraad der Artillerie het uit tot het Wapenlied.


Hier onder de tekst van de vijf coupletten;

Wat dreunt daar op die heide,
Wat blinkt daar in het verschiet ?
Wat dondert tussenbeide
Dat men door 't stof niet ziet ?
Hoe flikkeren die zwaarden
Wat forse melodie,
Hoe rennen daar die paarden,
't Is Veldartillerie !

De kruitdamp is hun leven,
't Kanon is hun banier.
De hoop daarvoor te sneven
Bezielt elk Kanonnier.
Zij haken naar den strijde
Voor Vaderland en Vorst.
Voor Land en Koning beide
Klopt steeds hun mannenborst.

Van 't paard naar 't stuk gevlogen,
Dra dondert reeds het schot.
Weer vlug vooruit getogen,
Vernielt hij 's vijands rot.
Rent d' overmacht hem tegen,
Manmoedig staat hij pal.
Koopt door zijn dood de zege,
En juicht nog in zijn val.

Maar ook in tijd van vrede,
Blinkt steeds de kanonnier.
En meisjes schoon van leden,
Zijn op hun liefde fier.
Waarmoed zit heerst ook trouwe,
Door kracht nooit uitgeblust.
Daarom de schoonste vrouwen,
Heeft hij naar hartelust.

Hoera dus voor ons wapen,
Lang leevl de kanonnier.
Lang leev' die forse knapen,
Des legers schoonste sier.
Hun leus zij, steeds te strijden,
Werwaarts ook d' eer hen zendt.
Voor land en Koning beide,
Tot roem van 't Regiment

Het eerste couplet van het Artillerielied kunt u beluisteren door op het bovenstaand icoon te klikken.

 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu